Historisch Hardinxveld: Hennepteelt in de Alblasserwaard

497

Hardinxveld-Giessendam – Meer dan 40 jaar geleden is de Historische Vereniging in Hardinxveld Giessendam opgericht en een van de belangrijkste taken, die men voor zichzelf zag, was mensen te informeren over de lokale geschiedenis. Dit werd door middel van het uitgeven van een Historische Reeks gerealiseerd. Omdat sommige delen van deze reeks uitverkocht zijn, brengt de Vereniging door middel van deze rubriek de informatie weer onder de aandacht. Deze keer staat ‘De hennepteelt’ door P. Verhagen; Publicatie nr. 15 uit de Historische Reeks van de Historische Vereniging uit Hardinxveld-Giessendam centraal.

Tegenwoordig heeft men andere associaties met de ‘hennepteelt’ dan vroeger, toen het volop in de Alblasserwaard werd verbouwd. Wordt het tegenwoordig alleen als een softdrug gezien, onze voorouders vonden het vooral een waardevol materiaal om er o.a. touw van te maken.

Als geschikte grond om hennep te telen wordt een dunne laag rivierklei met zwarte aarde met humusdelen genoemd. Men verhoogde kleine akkertjes met grond uit de sloten, wat zeer vruchtbaar was.

Vervuiling

In mei werd er gezaaid, met de minste kans op nachtvorst. Hennepplanten groeiden zeer snel, soms 5 tot 8 cm per dag. Na twee of drie maanden kon de plant al wel twee meter hoog worden. Half augustus konden de mannelijke planten worden geplukt, die door hun gele uiterlijk geelling of gelling werden genoemd. De vrouwelijke planten, die het zaad tot ontwikkeling (zaalliing of zelling) brachten, werden eind september geoogst. Daarna moesten de stengels 8 dagen in de sloot liggen rotten, zodat de bast en vezels los van elkaar te maken. Dit proces is voor het

Ga naar Bron